oefening 1

  • Vak
    Nederlands
  • Thema
    Correspondentie B
  • Leerjaar
    3 & 4
  • Onderwerp
    Briefopdracht

Stel: je reist één keer in de twee weken met de trein naar je vriendin. In de trein lees je vaak de Metro of de Spits, kranten die gratis worden uitgedeeld aan reizigers in het openbaar vervoer. Op 14 mei 2003 zit je te lezen in de Spits. Op de voorpagina staat het artikel dat je vindt op de volgende pagina. Het artikel trekt vooral je aandacht omdat het thema zinloos geweld onlangs nog in enkele lessen maatschappijleer aan de orde is geweest. Naar aanleiding van deze lessen heb jij bij Nederlands een spreekbeurt over dit onderwerp gehouden. Je kunt je de levendige discussie die er na je spreekbeurt over ontstond, nog goed herinneren. Je leraar Nederlands zei toen dat je goed kon merken dat jongeren een duidelijke mening hebben over dit onderwerp. Nu je dit artikel leest, wil je er absoluut op reageren. Je besluit een ingezonden stuk te sturen. De volgende dag stuur je een brief naar Spits, met als bijlage een ingezonden stuk, dat je geplaatst wilt hebben in de rubriek Signaal. (In de rubriek Signaal worden elke vrijdag reacties van lezers geplaatst.) De brief richt je aan de redactie van Spits, Postbus 2620, 1000 CP Amsterdam. Je vertelt waarom je het ingezonden stuk geschreven hebt, verwijst naar het artikel in de Spits, verzoekt het artikel te plaatsen en noemt de rubriek. Let op: het ingezonden stuk is een bijlage bij deze brief. Het ingezonden stuk schrijf je nu dus niet!

Laat het artikel zien ››