Werkblad
-
VakNederlands
-
Themasamenvatten
-
Leerjaar3 & 4
-
Onderwerpoefenstof voor het examen CAL 04.3/5
Apies kijken
"Kijk die chimpansee nou, Jan," zei het meisje naast me in het apenhuis grijnzend tegen haar vriend. "Het is net je broer, die doet ook altijd zo als-ie zijn elftal traint."
Vriend Jan gaf wat mompelend toe dat daar wel iets in zat, maar leek met de vergelijking toch niet helemaal gelukkig. De chimpansee trok zich ondertussen nergens iets van aan en bleef heftig gesticulerend en luid scheldend zijn medebewoners het leven zuur maken. Hij leek inderdaad sprekend zo'n voetbaltrainer die probeert om in de rust van een al verloren wedstrijd zijn spelers tot betere prestaties te dwingen. Alleen een regenjas, een geruite pet en een stompje sigaar ontbraken er nog aan.
Chimpansees en andere hoog ontwikkelde apensoorten hebben veel van mensen weg. Alleen al uiterlijk lijken ze meer op ons dan welke andere diersoort ook, vooral als ze jong zijn. Dan hebben ze datzelfde naar verhouding idioot grote hoofd, met een plat gezicht met een hoog voorhoofd en grote, onschuldige ogen. Later wordt dat minder: hun kaken gaan vooruitsteken, de wenkbrauwboog wordt veel zwaarder dan bij welk mens ook het geval is en het voorhoofd wijkt naar achteren, met als resultaat zo'n typische 'apenkop'.
Maar ook innerlijk lijken ze wel heel dicht bij de mens te staan. Ze kunnen bijvoorbeeld uitstekend leren. En wat belangrijker is, ze kunnen van ervaringen leren en die kennis doorgeven aan hun kinderen. Dat laatste is iets wat je verder vrijwel alleen bij de mens vindt. Je kunt je hond bijvoorbeeld wel leren apporteren, maar de hond die daarna zijn eigen puppies leert apporteren, die moet nog uitgevonden worden.
Apen blijken zoiets wel te kunnen. Zo leren chimpansees onder meer aan hun kinderen hoe je stokjes kunt gebruiken om malse termieten uit hun nesten te lepelen.
En sterker nog: aan de kust van Japan leven makaken die zich onder meer voeden met aardappelen. Die makaken spoelen hun aardappelen eerst af in de branding en leren hun kinderen hetzelfde te doen: kennelijk smaken de aardappelen beter met een snufje zout. Uit zichzelf doen makaken zoiets niet, ze moeten het echt van een andere aap leren. Het spoelen van aardappelen komt dan ook alleen bij de groep Japanse makaken voor en nergens anders. Dat is nu echt ervaringsleren en die kennis van generatie op generatie doorgeven; een ouder die tegen zijn kind zegt: "als je dit doet, dan bereik je daar dat mee." Dat is, met een mooi woord, cultuur.
Mensen en hoog ontwikkelde apesoorten lijken de enige wezens te zijn die op die manier kennis verwerven en doorgeven. Andere dieren krijgen van hun ouders hooguit voorbeelden van helemaal of tenminste voor een deel ingebouwde, instinctieve kennis.
Juist omdat apen zo op mensen lijken, begonnen onderzoekers zich al gauw af te vragen hoe intelligent een aap nu precies was, en de simpelste manier om daarachter te komen leek om het hem gewoon te vragen. Als je een aap kon leren praten, dan kon je hem immers heel gemakkelijk testen. Maar dat bleek nog niet zo simpel te zijn.
Het eerste probleem is dat apen nooit zullen kunnen spreken. Hun strottehoofd is daarvoor gewoon niet goed gebouwd. Alle pogingen die vast goed bedoelende maar onwetende onderzoekers ooit hebben gedaan om apen letterlijk aan het praten te krijgen, liepen daardoor op niets anders uit dan zinloze dierenkwelling.
Het echtpaar Gardner, Amerikaanse dierenonderzoekers, kwam op een briljant idee: een aap gebarentaal leren, zoals die onder doven gebruikt wordt. Apen hebben prima ogen, en een motoriek die voor die van mensen niet of nauwelijks onderdoet, dus dat moet goed gaan. Ook andere onderzoekers vonden het een prachtidee. Zo begon een aantal langdurige experimenten met chimpansees als Washoe, Lucy en Nim, en zelfs later met een gorilla die Koko heette.
De apen werden meestal zoveel mogelijk als mens opgevoed en soms zelfs in het gezin van de onderzoeker opgenomen. Inderdaad bleken ze van alles te kunnen leren, en ook allerlei namen van dingen en begrippen. Veel werd gefilmd, en het is verbazend om te zien hoe 'menselijk' de beesten zich gedragen. Al gauw zagen Gardner en Gardner, en andere betrokken onderzoekers, zoals Herbert Terrace, hun apen allerlei gebaren leren gebruiken. En niet alleen gebaren voor concrete dingen als bananen en bomen, maar ook voor abstracte begrippen als 'vies', 'blij' en 'bedroefd'. Daarmee leek het bewijs geleverd dat ook apen taal konden gebruiken. Toch waren de taalkundigen niet onder de indruk, tot grote ergernis van de volgelingen van de apenonderzoekers. Ze kwamen met verschillende bezwaren.
Ten eerste schuilt de betekenis van zinnen en mensentaal voor een groot deel in de volgorde en de grammaticale vorm van de woorden. Jan slaat Piet betekent meer dan 'er is Jan en er is Piet en er wordt geslagen'. Het vertelt je ook wie de klappen krijgt en wie ze uitdeelt en wanneer dat gebeurde en nog veel meer. Daarin waren de apen heel slecht, zoals ook Terrace al snel erkende. Het bleef bij opsommingen van begrippen, dingen noemen.
Een tweede bezwaar was meer evolutionair-theoretisch: het zou toch wel heel raar zijn dat apen, als ze in staat waren om zo'n machtig instrument als taal te gebruiken, daar miljoenen jaren lang niets mee zouden doen. Het zou zoiets zijn als een diersoort met sterke, goed ontwikkelde poten, die nooit zou leren lopen. Zo'n domme diersoort zou al lang hebben moeten uitsterven.
Ten derde meenden nogal wat taalkundigen dat veel van de resultaten van de apenliefhebbers te maken hadden met de neiging van de onderzoekers om het goede in hun schatjes te zien, zoals trotse ouders in hun kleintje al heel gauw dingen zien die er nog niet zijn.
Feit is in elk geval dat geen van de apen meer heeft leren doen dan met één, hooguit twee gebaren achter elkaar reageren op dingen in de directe omgeving, terwijl mensentaal nu juist gebruikt wordt om te praten over dingen van vroeger, over de toekomst, of over dingen die er helemaal niet zijn. Het is jammer, maar het lijkt er echt op dat wij de enige taalkunstenaars op aarde zijn en blijven, hoe koddig zo'n chimpansee ook is.
Rik Smits
In: Kijk, maart 1991
Bronnenpagina: http://ondersteunendnederlands.lessenmaker.nl/samenvatten1/1809411